STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK Technische aanbevelingen
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK navraag dokter
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK Werkwijze
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK Beschrijving
STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK Indic. Contra-indicaties

Falen en complicaties van de vacuümextractie

Factoren die deze techniek doen falen:

 

Als er moeilijkheden verwacht worden bij de vacuümextractie, moet deze uitgevoerd worden in de operatiezaal voor de keizersnede of in de buurt en onder toezicht van een anesthesist en pediater.

Maternale letsels

De cup wordt geplaatst op de schedel van de foetus en vergroot de omvang ervan niet.
De cup voorkomt de problemen die gepaard gaan met totale anesthesie.
Uit de meeste onderzoeken blijkt dat vacuümextractie minder schadelijke gevolgen heeft voor het weke baringskanaal van de vrouw dan de verlostang. De enige letsels die zich voordoen komen voort uit een slechte controle over de uitdrijving of door een slechte controle van de plaatsing van het instrument.
Er valt echter wel op te merken dat vaginale en perineo-vulvaire letsels vaker voorkomen dan bij een spontane bevalling. Dit komt doordat de uitdrijving versneld wordt, waardoor het perineum niet voldoende tijd krijgt om uit te zetten.

Zeldzame maternale letsels:

Anussfincterletsel

Vacuümextractie is in tegenstelling tot de verlostang geen risicofactor voor deze letsels. De factoren die dit bevorderen zijn: foetus zwaarder dan 4 kg, primipare vrouw, positio occipito-sacralis.

Cervixletsels
Vaginale inscheuring tot de baarmoeder komt zeer zelden voor.
Bloedingen

Bloedverlies is vaak het gevolg van iatrogene of traumatische perineale letsels.

Vermijdbare letsels

Letsels van de vaginale mucosa doordat een plooi tussen foetus en cup gekneld wordt.
Letsels aan de baarmoederhals (als de cup geplaatst werd vóór de volledige ontsluiting) ook door knelling.
Deze voorvallen zijn makkelijk te vermijden door een zorgvuldige controle van de cup na de plaatsing.

Uitzonderlijke letsels

Zeer zeldzame letsels die in de literatuur werden beschreven:

Beide letsels ontstaan door hetzelfde mechanisme: ischemische necrose door de langdurige druk van het foetushoofd in het baringskanaal.
De vacuümcup lijkt niet verantwoordelijk te zijn voor dergelijke complicaties: door het gebruik ervan zou de druk op de vaten eerder verlicht worden en de necrose vermeden.

Letsels op afstand: anale en/of urine-incontinentie.

Aantasting van de nervus pudendus die de buitenste sfincter van de anus en de peri-uretrale sfincter bedient lijkt de oorzaak te zijn van deze bekkenstoornissen. De bevalling verhoogt het risico op dergelijke letsels.
Kunstverlossingen zijn een bevorderende factor, vooral de verlostang.

Neonatale letsels

Net als bij bevallingen met de verlostang, hebben weinig statistische onderzoeken de geïsoleerde verantwoordelijkheid van vacuümextractie bewezen voor neonatale voorvallen, vooral bij gelijktijdige andere foetale aandoeningen.
De ergste uitzonderlijke complicaties kunnen zich voordoen bij lang durende of moeizaam verlopende vacuümextracties, waarbij het kan zijn dat een maximale trekkracht op de scalp werd uitgevoerd.
Het lovenswaardige doel van de terugdringing van het percentage keizersneden rechtvaardigt niet dat het minste neonatale risico wordt genomen in de grensindicaties voor de vacuümextractie.
De krachten die door de vacuümcup op de foetusscalp worden uitgeoefend kunnen de oorzaak zijn van secundaire letsels. Er zijn vier soorten beperkingen voor de foetusschedel: negatieve vacuümdruk, trekkracht, draaikracht bij rotatie en knellende krachten. Het samenvallen van deze verschijnselen verklaart de verschillende waargenomen letsels bij pasgeborenen.

Letsels aan de foetusscalp

Kennis over de precieze aard van de vijf verschillende lagen van de foetusscalp (Figuur 17), de verbindingen ertussen, de aanhechting en de zones die over elkaar glijden is belangrijk omdat de zuigkracht van de cup samen met de trekbeweging plaatselijke complicaties kan veroorzaken

.

 

STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK

Figure17 : anatomie du scalp fœtal

 
Eerste laag

De eerste laag is de huid, die bij de pasgeborene dunner is dan bij volwassenen, maar wel resistent, dens en behaard.

Tweede laag

De tweede laag is onderhuids weefsel, dat bestaat uit vetcellen, met dikke resistente dwarse vezels, onderlinge verbonden door anastomosen en die doordringen van de diepe dermis tot de oppervlakte van de galea aponeurotica en van de musculus occipitofrontalis. Dit deel van het vetweefsel bevat de hoofdvertakkingen van vaten en zenuwen. In deze laag wordt het caput succedaneum gevormd.

Derde laag

Dit is een laag met spieren en aponeurosis onder de onderhuidse vetlaag, gevormd door de tweebuikige musculus occipitofrontalis en de galea aponeurotica. De posterieure zijde van deze spier is de venter occipitalis; de anterieure zijde de venter frontalis; de peeslaag ertussen is de vezelige galea aponeurotica of anoneurosis epicranialis. Op de anterieure zijde van deze aponeurosis zijn de frontale spieren aangehecht, op de posterieure zijde de occipitale spieren; aan de zijkant is de musculus auricularis aangehecht. De peeslaag strekt zich uit tot over de slaapregio, waar hij steeds dunner wordt, en gaat over in de fascia superficialis in het mastoïdale gebied.
De oppervlakte van deze aponeurosis en de bindweefselbekleding van de musculi frontalis en occipitalis zijn nauw verbonden met de huid door dwarse vezels die een netwerk vormen in het onderhuidse vetweefsel.
Huid + panniculus adiposus + aponeurosis vormen zo de unieke laag die hoofdhuid genoemd wordt.

Vierde laag

De vierde laag is een losmazig celweefsel tussen de galea aponeurotica en het periost. Dit is een zeer dunne laag losjes verbonden cellen, waardoor de hoofdhuid makkelijk over het periost van de schedel glijdt, en die uitloopt in het celweefsel van het achterhoofd, rug, aangezicht, nek, thorax en mastoïd.
Deze cellaag is doorbloed, vooral door aderen afkomstig van de vena santorini, waarlangs de aderen van de hoofdhuid communiceren met de bloedtoevoer naar de schedelbeenderen en de sinus sagittalis superior via gaten in het os parietale.
Ruptuur van deze aderen veroorzaakt bloeduitstortingen onder de aponeurosis die zich in alle richtingen verspreiden, zodat een diffuus subcutaan hematoom gevormd wordt in de hoofdhuid.

Vijfde laag

De vijfde laag is het periost.


Caput succedaneum

Dit komt vrij vaak voor en is meestal niet ernstig. Meestal gaat het om een gewone "knoet" die gevormd werd in de holte van de cup (Figuur 18) en die na enkele uren (12 tot 18 uur) verdwijnt. Soms is het een echte zichtbare bloeduitstorting, die voelbaar is en begrensd wordt door het steunende vetcelweefsel. Uit de grotere uitstortingen kan soms 20 tot 40 ml bloed afgenomen worden en dit veroorzaakt anemie en verergering van de fysiologische geelzucht door de overmaat aan niet geconjugeerde bilirubine die geresorbeerd moet worden. Een punctie is niet nodig.
.

 

STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK

Figure 18 : bosse séro-sanguine provoquée par la ventouse

 
Schaafwonden aan de hoofdhuid

Schaaf- en snijwonden kunnen optreden als de cup losraakt of wegglijdt. Deze huidletsels zijn wel potentiële infectiehaarden, maar de evolutie is meestal gunstig. De pasgeborene kan door de pijn wat geagiteerd zijn en moet dan analgetica krijgen. Hij moet in steriel veld met een lokaal antisepticum behandeld worden. Ernstige, zeldzame letsels zijn vaak het gevolg van de eerder genoemde problemen. In uitzonderlijke gevallen werd er later gelokaliseerde haaruitval geconstateerd. De risicofactoren zijn: vacuüm langer dan tien minuten uitgeoefend, paramediaan aangebrachte cups en een langdurige tweede periode van de bevalling.

Lokale huidloslating

Dit is een caput succedaneum met huidloslating over enkele cm2 waar de huid week en beweeglijk is. De huid trekt zich binnen enkele dagen opnieuw strak en vast.

Cefaal hematoom of bloeduitstortingen onder het periost
Dit is een bloedophoping tussen bot en periost (Figuur 19) die voorkomt bij spontane bevallingen, maar vaker waargenomen wordt bij het vacuümextractie. Asynclitisme is een bevorderende factor. In tegenstelling tot het caput succedaneum wordt dit begrensd door de suturen. Het treedt vaak pariëtaal op, waar een fluctuerende zwelling met een rondom palpeerbare goed begrensde rand aanduidt waar het periost losgekomen is. Dit is het gevolg van een ruptuur van de venae diplocae (venen van Breschet). Ze treden doen zich over het algemeen voor op de 2e of 3e levensdag. De zwelling wordt zeer traag geabsorbeerd en vertraagt de ossificatie met enkele weken. Deze kan gepaard gaan met een schedelfractuur (10 tot 25 % van de gevallen). Bij twijfel kan radiografie nuttig zijn. Bij palpatie voelt men een zwelling met de consistentie van een "pingpongbal" die steeds harder wordt en enkele maanden aanhoudt. Net als het caput succedaneum veroorzaakt deze een matige anemie en geelzucht door resorptie. Een punctie is niet nodig

STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK

Figuur 19: Cefaal hematoom

 

 

Diffuse subcutane bloeduitstorting in de hoofdhuid

Diffuse subcutane bloeduitstorting in de hoofdhuid wordt bevorderd door de aanwezigheid van foetale aandoeningen, infectie, stollingsstoornis, blijvende occipitoposterieure ligging en moeilijkheden bij vacuümextractie. Deze uitstortingen zijn wel zeldzaam (4 tot 20 van de 10.000 geboorten), maar men mag niet vergeten dat ze extreem ernstig zijn als ze niet vroegtijdig worden opgespoord en de reanimatie is vaak zeer zwaar.
Deze bloedingen worden veroorzaakt door letsels aan de aderen die afkomstig zijn van de vena santorini die vaak onopgemerkt blijven en zich verspreiden omdat er geen enkele anatomische structuur is die deze tegenhoudt: het bloed verspreidt zich tussen de galea aponeurotica en het periost in een losmazig celweefsel, zonder steunweefsel. Hier kan zich bij een pasgeborene tot 260 ml bloed ophopen. De hoofdhuid zal dan overal loslaten en de beensuturen maskeren (Figuren 20).

De klinische tekenen kunnen enkele uren tot enkele dagen na de geboorte optreden
.

STERIELE VACUÜMCUP
VOOR EENMALIG GEBRUIK

Figuur 20: diffuse subcutane bloeduitstorting in de hoofdhuid

 

 

Andere complicaties

Cerebro-meningeale bloedingen

Subdurale, extradurale, intraparenchymateuze of intraventriculaire bloedingen lijken geen direct verband te houden met vacuümextractie, maar kunnen het gevolg zijn van langdurige cerebrale anoxie bij een acute foetusaandoening of congenitale hemostasestoornis.

Retinabloedingen

Retinabloedingen treden vaker op bij vacuümextractie. Ze zijn meestal gecorreleerd aan de duur van de bevalling. Ze verdwijnen vanzelf en er werden in de literatuur geen sequellae beschreven.

Schedelfracturen

De cup lijkt niet speciaal een hoger risico in te houden voor fracturen van de schedelbeenderen, omdat de vorm in tegenstelling tot oudere cups bij loslaten geen risico inhoudt van depressiefractuur. Men moet echter schedelfracturen kunnen opsporen in geval van cefaal hematoom en diffuse subcutane bloeduitstortingen van de hoofdhuid.

Geelzucht

Geelzucht werd beschreven bij vacuümextracties en vereist meer fototherapie.

Infecties

Vacuümextracties lijken geen rol te spelen in infecties.

Neurologische letsels

Letsels van de armplexus zijn niet specifiek voor vacuümextractie, maar houden verband met schouderdystokie. Bij kinderen met vermoedelijke macrosomie is het risico op aantasting van de armplexus veel hoger bij een kunstverlossing uit het bekkenmidden met de verlostang of vacuümcup.

Gevolgen op lange termijn
Uit publicaties blijkt er geen verschil te bestaan tussen spontane bevallingen en kunstverlossingen met verlostang of vacuümcup . De vacuümcup of de verlostang verhogen de morbiditeit op lange termijn niet en hebben geen invloed op de intelligentie op volwassen leeftijd
ICUP - Laboratoires Gyneas / Beschrijving / Indicaties / Werkwijze / Technische aanbevelingen / Navraag dokters
Close Move
GYNEAS INTERNATIONAL DEPARTMENT
Tel : 33 (0)1 42 03 96 77
Fax: 33 (0)1 42 03 78 78
e-mail : export@gyneas.com